Moestuinmoeder: Roze tuinbonen

Aan de vooravond van mijn vierde moestuinjaar mijmer ik over alle soorten groenten en fruit die mijn tuin gepasseerd zijn. ‘Een van de redenen waarom ik moestuinier, is dat je groenten kunt kweken die niet zo gemakkelijk in de winkel te krijgen zijn’, zo las ik een tijd geleden op het blog Eten uit de volkstuin. Die opmerking raakte mij en zette mij in beweging om meer aparte soorten groenten te gaan kweken.

“Ik kies dus voor productieve rassen, in combinatie met een paar vergeten, bijzondere soorten”

In Scandinavië en het culinaire Frankrijk schijnen de gekleurde groenten al veel gangbaarder te zijn. Zo kwam het vast ook dat ik vorige zomer voor de tent een paarse courgette zat te snijden, die lekker door de ratatouille ging. Terwijl ik begon met de reguliere sla, rode bieten en groene courgettes, begint mijn moestuin nu veel meer op een exotische jungle te lijken.

Natuurlijk zijn er nog wel de productieve rijtjes met Frieslanders, maar dit jaar worden deze grote aardappels vergezeld van schattige, paarse Vitelotte Noir aardappeltjes. De zaden voor fles- en spaghetti-pompoenen liggen klaar, naast de gewone oranje pompoen, die het toch altijd wel lekker doet in de soep. Bovendien is zo’n knaloranje pompoen altijd een mooi cadeautje voor vrienden en familie. En omdat zij geen woeste volkstuin bezitten, geef ik ze graag iets dat ze kennen. Bovendien weet ik ondertussen dat de allergewoonste groenten vaak wel de beste productie opleveren. Tenslotte wil ik ook met het hele gezin zoveel mogelijk uit de moestuin eten. Die planten met paarse spruiten waren bijvoorbeeld heel erg mooi, maar uiteindelijk hadden mijn groene- spruitenplanten een veel grotere opbrengst. Ik kies dus voor productieve rassen, in combinatie met een paar vergeten, bijzondere soorten.

Vorig jaar zette ik ook meer vaste planten in mijn moestuin, zoals zuring en melde. Hoewel ik nog niet zo goed weet wat ik er in de keuken mee moet doen, zorgt het voor een mooie biodiversiteit in de tuin. Weg met de monocultuur van rijen kolen en bonen, welkom gekke plantjes! Een van de kenmerken van een permacultuur-tuin, iets dat mij steeds meer aanspreekt. Hoe meer verschillende soorten groenten, kruiden en bloemen, hoe meer insecten je in je tuin krijgt. En als een bepaalde groente het niet goed doet in jouw tuin, eet je die avond gewoon iets anders. Keuze genoeg tenslotte!

Hoewel je ook in de buurtsuper tegenwoordig paarse spruiten en aardperen vindt, zorgt juist het zelf kweken voor meer tuinplezier. En praatjes. Wie op een ouderwets volkstuincomplex tuiniert, weet vast wat ik bedoel. Dit jaar werden er weer heel wat vragen op mij afgevuurd: wat heb je daar staan? Wat is dat? Palmkool, witte puntradijzen, doorlevende spinazie, heel veel tuinders kennen het nog niet. Nu vind ik het prima als je elke jaar dezelfde wortels wilt telen, maar ik houd wel van die gekke kleurtjes en vormen. Bovendien kun je je kinderen er een beetje mee voor de gek houden. ‘Echt waar jongens, die roze tuinbonen zijn helemaal niet zo vies als die groene van vorig jaar!’

Stadstuinieren 2015-02 Tekst en fotografie: Susan Lambeck