Stella’s Wereld: het is lente

“Een goede verzorging heeft namelijk alles met observatie te maken”

Groenten, frambozen, kruiden, daslook, tulpen (jawel, mijn balkontuin is niet alleen eetbaar maar vult ook vazen!) klimrozen, seringen, reukerwtjes… alles groeit als kool in deze tijd van het jaar en m’n balkon verandert langzaam maar zeker in een dichtbegroeide, groene oase. Een uitzicht waar ik me al maanden op verheug. Toch zou ik ook graag een vakantie willen plannen, maar wie zorgt dan voor m’n planten?

Op het verlanglijstje voor dit jaar staan tuinen, heel veel tuinen: moestuinen, botanische tuinen, bloementuinen, ommuurde tuinen, kleine tuinen, grote tuinen, tuinen in de stad en tuinen op het platteland. Niet alleen in Nederland, maar ook in België, Engeland, Frankrijk, een Alpenland en Roemenië. Veel te veel om in één jaar te doen, natuurlijk. Maar het is altijd fijn om wat onvervulde wensen over te houden om tijdens de killere wintermaanden over te dagdromen, toch?

Een van de manieren om het “hoe-tref-ik-mijn-tuin-aan-bij-thuiskomst” dilemma op te lossen zou zijn door alleen dan van huis te gaan als er in de tuin weinig tot niets te doen is. Hartje winter dus. Iets waar op zich niets mis mee is, maar voor het bekijken van tuinen zijn dat niet bijzonder aantrekkelijke maanden. Ik heb het wel eens gedaan, maar dan dacht ik al wandelend door zo’n tuin toch elke keer “hier moeten we nog eens terugkomen als alles in bloei staat”.

Misschien dat het jullie makkelijker afgaat, maar mijn grootste tuinierprobleem zijn niet de rupsen of de slakken, maar het delegeren, vertrouwen en loslaten. Een tuin hebben – hoe groot of klein dan ook – is heerlijk en je zelfgekweekte groenten, fruit en bloemen plukken ook. Het is naar mijn idee echter niet de bedoeling dat je als tuinier van maart tot en met september nergens anders meer naartoe kunt gaan. Dan lijk je meer op een boer die gebonden is aan zijn land of veestapel. En toch is dat nu net wat er bij mij een beetje begint in te sluipen. Net zoals de meeste boeren denk ik namelijk dat er niemand anders zo goed voor mijn planten kan zorgen als ik!

Er zijn natuurlijk verschillende handige druppel- en bewateringssystemen te koop en met een beetje creativiteit valt er voor een dag of twee met wat oude plastic flessen ook heus wel iets te bedenken. Dit soort systemen zijn naar mijn idee echter niet in staat om tijdens een warme week in juli of augustus alles groeiend, bloeiend en gezond te houden.

De oplossing? Toch die aardige, behulpzame buurvrouw of buurman nog maar eens vragen en met mezelf afspreken dat ik er niet van wakker ga liggen als ik twee of drie planten op sterven na dood aantref bij thuiskomst. Die kans is er altijd, hoe groot de gieter ook is die ik voor ze klaarzet en hoe groen hun vingers ook lijken te zijn. Een goede verzorging heeft namelijk alles met observatie te maken en ik kan niet van mijn buren verwachten dat zij hetzelfde dagelijkse inspectierondje langs de planten zullen maken als ik. Bovendien, bij mij gaat er ook wel eens iets dood!

Suggesties zijn van harte welkom.

Stadstuinieren 2015-02 Tekst en fotografie: Stella Faber