Stella’s Wereld: Hip?!

“Is het niet geweldig om een klein zaadje te zien uitgroeien tot een heerlijke, sappige tomaat?”

Hip?!

“Urban farming” is een term waar naar mijn idee iets te veel (en vooral onterecht) mee gekoketteerd wordt op dit moment. Door maatschappelijke organisaties, groene initiatieven, zogenaamde “bij-de-tijdse” yuppen, maar helaas vooral door onszelf: stadsbewoners die groenten proberen te kweken op een dak, terras, balkon, vensterbank of in een kleine volks- of achtertuin.

Wat wij doen op onze stadse vierkante meters is echter niet hetzelfde als het runnen van een boerenbedrijf of kwekerij, lieve mensen. Wij zijn tuiniers, stadstuiniers, moestuiniers, mensen die ervan houden om buiten te zijn, met hart voor de natuur en belangstelling voor gezond en lekker eten. Laten we onszelf echter geen “urban farmers” noemen, want daarmee doen we de agrarische sector en traditie tekort en maken we onszelf een tikkeltje belachelijk. Stadse tuinderijen die op grote schaal voedsel kweken voor de verkoop, zoals “Uit je eigen stad” in Rotterdam, verdienen het stempel “agrarisch bedrijf” natuurlijk wel!

De huidige belangstelling voor moestuinieren is daarnaast – ook in de stad! – alles behalve hip of revolutionair. Moestuinieren in een stedelijke omgeving is niets nieuws. Terugkijkend in de geschiedenis hebben mensen wereldwijd altijd al groenten verbouwd in steden, vooral tijdens oorlogen en crisisjaren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog en de “Great Depression” werd moestuinieren zelfs gepropageerd en gestimuleerd door de overheid, met name in landen als de VS, Canada en Engeland. President Wilson riep de Amerikaanse burgers tijdens de eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld op om alle onbebouwde stukjes grond – zowel privé als openbaar – om te toveren tot moestuinen. Er heerste namelijk grote schaarste in het land en moestuinieren vergrootte de kans op overleven.

Maar, trendsettende stadse boeren of niet, ik hoop van harte dat de hernieuwde interesse voor moestuinieren blijvend is en geen modegril. Dat zou jammer zijn. Het brengt namelijk heel veel goeds! Is het niet geweldig om een klein zaadje te zien uitgroeien tot een heerlijke, sappige tomaat? Of dat je vriendschappen opbouwt met medetuiniers? Of dat we nu bewuster met onze gezondheid en voeding omgaan? Fantastisch toch? Laten we daarom eens wat vaker met trots en dankbaarheid achterom kijken, naar de tuiniers die ons zijn voorgegaan. Dankzij hun harde werk en opgedane kennis kunnen wij nu namelijk een tuinboek openslaan voor informatie of een winkel binnenlopen om een zakje zaad te kopen.

En wat betreft de “echte boer”: stap deze zomer eens op de fiets om bij een boerderij aan te kloppen en een praatje te maken. Of een dagje vrijwilligerswerk te doen! Boeren komen altijd handen tekort. Een paar uurtjes helpen met het uitmesten van stallen of appels plukken is niet alleen heel erg leuk, maar kan bovendien ook nog leerzaam zijn. Want biologisch gecertificeerd of niet, een boerenbedrijf draaiende houden is geen sinecure anno nu. Petje af dus!

 

Stadstuinieren 2015-04 Tekst en fotografie: Stella Faber