Polycultuur in grote potten

Polycultuur in grote potten

Bij onze achterdeur staat een grote zinken teil met elk jaar een andere, eetbare beplanting. Door verschillende gewassen, kruiden en eetbare bloemen met elkaar te combineren tot een kleine polycultuur, kan ik een minituintje creëren dat een gevarieerde oogst levert, er aantrekkelijk uitziet en door de diversiteit meestal weinig last heeft van ziektes en belagers. Omdat ik er elke dag meerdere malen langsloop, krijgt dit minituintje volop aandacht en wordt er regelmatig van geplukt.

De teil is 70 cm breed, 55 cm diep en 30 cm hoog, dus er gaat veel potgrond in. Ik voeg er een flinke dosis eigen wormenmest en wat scherp zand aan toe, om de structuur en zowel de drainage als het watervasthoudend vermogen te verbeteren. Voor een goede afwatering heb ik eerst een vijftal grote gaten in de bodem van de teil geboord. Daarna heb ik de bodem met een laag kiezelstenen bedekt. Hierop kwam een laag anti-worteldoek, zodat de stenen niet vermengd zouden raken met de potgrond. De teil staat op een paar bakstenen, zodat overtollig water weg kan vloeien.

“Mijn teil is te klein voor een rankende pompoen, dus ik heb ik in plaats daarvan een struiktomaat geplant”

 

Een variatie op ‘drie zusters’

Bij deze beplanting diende de polycultuur van ‘De drie zusters’ als inspiratie. Het is een combinatieteelt die toegepast werd door de Indianen en waarin drie hoofdgewassen (maïs, bonen en pompoen) samen geteeld werden. De bonen werden aan de voet van de maïs gezaaid, waardoor de maïs als klimsteun diende. Aan de andere kant voorzagen de stikstofbindende bonen de hongerige maïs van extra voeding. De rankende pompoen bedekte de grond tussen de andere gewassen, waardoor de grond beschermd werd tegen uitdrogen. Mijn teil is te klein voor een rankende pompoen, dus ik heb ik in plaats daarvan een struiktomaat geplant. Het geheel heb ik aangevuld met basilicum en Oost-Indische kers. De meeste planten heb ik binnen voorgezaaid en na half mei uitgeplant. Omdat het hier om vrij hongerige gewassen gaat, werden ze later in het groeiseizoen een paar keer bijgevoed met het verdunde afgetapte vocht van onze wormenbak.

 

Suikermaïs

Maïs kun je het beste na half april binnen voorzaaien, twee zaadjes in een potje, en als ze allebei opkomen, de zwakste plant weghalen. In mei plant je ze in een driehoekvorm in de bak.

Bonen

Alle klimbonen kunnen hier geteeld worden, maar omdat vele rassen hoger uitgroeien dan de maïs, koos ik voor het aardappelboontje, een halfhoge pronkboon. Zodra de maïsplanten zo’n 20 cm hoog zijn, plant je twee bonen aan de voet van elke maïsplant.

Oost-Indische kers

Twee of drie plantjes van Oost-Indische kers zorgen voor doorlopend eetbare bloemen en pittig smakend blad. Je kunt ze hier het beste begin mei rechtstreeks zaaien. Omdat de ruimte beperkt is, zijn de compacte struikende vormen het beste.

Oost-Indische kers

Twee of drie plantjes van Oost-Indische kers zorgen voor doorlopend eetbare bloemen en pittig smakend blad. Je kunt ze hier het beste begin mei rechtstreeks zaaien. Omdat de ruimte beperkt is, zijn de compacte struikende vormen het beste.

Stadstuinieren 2016-05  Tekst en fotografie: Vera Greutink