Groeivoeding: Plantaardige plantenvoeding

Plantaardige plantenvoeding

Traditioneel gebruikt men ‘meststoffen’ als plantenvoeding. Afval uit de land- en tuinbouw worden als volwaardige restproducten opnieuw in de kringloop gebracht en dienen zo als basis voor nieuwe groei. Dat afval kan bestaan uit dierlijke uitwerpselen, slachtafval en restproducten van de voedingsindustrie. Steeds meer mensen stellen zich vragen bij de aanwezigheid van dierlijke producten in die plantenvoeding. Is het werkelijk noodzakelijk om dierlijke uitwerpselen (stront) en slachtafval (bloed, beenderen, haren) te gebruiken om in je eigen tuintje een lekker sappig kropje sla te kweken?

Misschien is het stilaan tijd voor een volgende stap en moeten we in een nieuwe vorm van hygiëne, alle dierlijke producten maar uit de moestuin verbannen en ‘de nieuwe moestuin’ op een zuiver plantaardige wijze van voeding voorzien.

“De eigenheid van je grond kan je niet wijzigen, maar je kunt wel de kwaliteit verbeteren en zo de grond geschikt maken voor het gebruik als moestuin”

De stikstof illusie

Wat hebben planten nodig om te groeien? Er zijn twee richtingen; een chemische en een organische benadering.

De eerste stelt dat je precies kunt berekenen wat planten nodig hebben om te groeien en gaat die ‘noodzakelijke’ stoffen heel precies samenstellen. Kunstmeststoffen ‘gebruiken’ de grond als transportmiddel om tot bij de planten te komen en zorgen dat planten snel en heel efficiënt groeien.

De organische werkwijze maakt zich niet enkel zorgen om de planten maar betrekt in het hele proces ook het algemene bodemleven. In deze denkwijze geldt dat planten niet alleen die ‘meetbare’ stoffen nodig hebben, maar over een veel bredere waaier van voedingselementen moeten beschikken om evenwichtig en volwaardig te ontwikkelen. In beide benaderingen spreekt men over de nood van planten aan stikstof, fosfor en kali (NPK) in een bepaalde verhouding. En ook al zal de organische benadering veel ruimer kijken, toch fixeert men zich ook daar op die basis-stikstof en op de gewoonte om planten zeer gericht toe te dienen wat ze nodig hebben om te groeien. Is dat eigenlijk zo belangrijk?

Algemene grondverzorging

We kunnen even naar onze eigen voeding kijken. Wat stikstof is voor planten zijn eiwitten voor ons lichaam. En ook voor onze eigen voeding kun je de vraag stellen of eiwitten wel de dominante plaats in ons dieet verdienen die we ze geven. Ook daar hebben we in de afgelopen generaties een enorme evolutie doorgemaakt. We bewegen veel minder, we wandelen en lopen minder, we verrichten veel minder pure lichamelijke arbeid en we leven en werken meer beschut binnen. In plaats van met onze handen te werken verrichten we meer denk, kijk- en leeswerk. De laatste jaren wordt duidelijk dat vitamines en mineralen wel eens veel belangrijker kunnen zijn in ons dieet dan die pure eiwitten. Wanneer we dat doortrekken naar de groenten in onze tuin, dan zou het ook daar wel eens belangrijker kunnen worden dat groenten niet zozeer snel en hard moeten groeien maar vooral veel vitamines en mineralen moeten bevatten. We kunnen met die stikstof dus een heel stuk rustiger aan doen en we hoeven ons daar niet op te fixeren. In plaats daarvan is het belangrijk om de grond, waarop we die belangrijke gewassen boordevol waardevolle voeding gaan verbouwen, ruim te voorzien van een uitgebreide variatie aan plantenvoeding. In zo’n bonte, gemengde moestuin hoef je je dus niet te richten op elke teelt en elke nood van bepaalde planten, maar kun je beter een algemene grondverzorging toepassen zodat de planten uit die rijke overvloed precies kunnen halen wat ze nodig hebben om evenwichtig te groeien.

Grond is de basis

De grond vormt de basis voor elke moestuin. In die ‘aarde’ kunnen zaden kiemen, kunnen planten zich ontwikkelen, hun wortels spreiden. In de grond worden voedingsstoffen opgeslagen, maar zullen tegelijk miljoenen micro organismen allerlei stoffen afbreken en zo vrijmaken voor opname door de planten die er in groeien.
In de eerste plaats heeft je grond een bepaalde structuur nodig. Grond moet vocht en voeding kunnen vasthouden, moet een geschikte plaats zijn om een heel biologisch proces levend te houden. Schrale arme grond moet je meer vochthoudend maken, zware dichtgelagen grond moet je verlichten door er letterlijk met grove materialen meer lucht in te brengen. Lucht, vocht en licht zijn belangrijk voor een gezonde levende bodem. Pas wanneer dat in orde is kun je op een effectieve wijze plantenvoeding aan je moestuingrond gaan toevoegen. Dat wil niet zeggen dat je met grote hoeveelheden klei, zand of turf de samenstelling van je grond moet gaan wijzigen, maar wel dat je met compost en kleine dosissen hulpmiddelen geleidelijk je tuingrond kunt optimaliseren. De eigenheid van je grond kan en moet je niet wijzigen, de kwaliteit moet je wel verbeteren om de grond geschikt te maken voor het intensieve gebruik als moestuin.

Compost en gier

Compost is de basis voor grondverbetering en vormt de drager voor een belangrijk deel van de plantenvoeding. Een verzameling van een brede waaier aan plantaardige producten, restproducten uit je tuin en keuken kun je op een vrij eenvoudige wijze stapelen tot een hoop van minstens 1 meter hoog, breed en diep en zo met extra vocht en voedingsstoffen tot een zwarte humusrijke substantie omvormen. Naargelang je methode kun je compost maken op enkele weken, een paar maanden of gewoon alles een jaar rustig laten liggen. Je gebruikt compost als een gecombineerde basisvoeding-grondverbetering. Je kunt een vergelijkbaar systeem opzetten op basis van water. Een groot vat vol regenwater en gevuld met groene planten (brandnetels, heermoes, smeerwortel, maar ook onkruiden zoals zevenblad, vogelmuur en winde) kun je zo op enkele weken verwerken tot een voedzame plantaardige vloeibare voeding voor je groenten.

Vast en vloeibaar

Zelfgemaakte compost en plantengier kunnen voor een belangrijk deel in de voeding van je tuin voorzien. Maar je oogst uit je tuin en wat je eet, verbruikt, komt niet in je tuingrond terug. Daarom is het belangrijk om ook van buitenaf voeding aan je tuingrond toe te voegen. Plantaardige plantenvoeding is in een breed assortiment beschikbaar. In tegenstelling tot dierlijke producten zullen de meeste plantaardige producten een aangename geur, een rustige werking en een veel bredere waaier aan voedingsstoffen bevatten.

Soja

Soja is een gekend product uit de levensmiddelen industrie. Dit restproduct in de vorm van sojaschroot is een hoogwaardige plantenvoeding met een ruime hoeveelheid stikstof. Soja is bruikbaar als algemene basisvoeding en kan ondergewerkt worden in de tuin voor het zaaien of planten en kan ook via de composthoop in de tuin verwerkt worden.

Melasse

Melasse is een afvalproduct van de suikerverwerkende industrie. Suikerrietmelasse is een fijne zwarte korrel die de geur en de smaak heeft van drop. Melasse is van alle plantaardige producten het rijkst aan stikstof waarvan een deel snel vrijkomt en een deel verspreid over enkele maanden zijn voedingswaarde vrijgeeft. Het is een ideale plantenvoeding voor veeleisende gewassen of in periodes dat de planten een grote behoefte aan voeding hebben.

Luzerne

Luzerne is een bekende groenbemester. De gedroogde en gemalen luzerneplant is gekend en populair in de diervoeding, maar ook voor planten werkt luzernepoeder uitstekend. Het is populair bij rozen en ideaal om tijdens de groei oppervlakkig in de grond in te werken. Het is pure chlorofyl en werkt stimulerend voor het bodemleven.

Zeewier

Zeewier heeft een rijke traditie als ‘meststof’. De planten worden gedroogd en vermalen tot korrels of poeder. Ze zijn makkelijk te vermengen in potgrond of onder te werken in de tuin. Ze zitten boordevol mineralen en sporenelementen en hebben een vitaliserende werking op bodem en planten. Een kleine dosis is voldoende om zeker bij jonge planten voor een sterke en stevige groei te zorgen.

Cacaoschroot

De populaire chocolade zorgt voor een afvalberg aan cacaoschroot. Het zoetgeurende poeder kun je gewoon in de tuin gebruiken als voedingsrijke bodembedekker en grondverbeteraar en wordt ook in klassieke organische meststoffen regelmatig verwerkt. Het is een van de meest aangename manieren om je tuin te verzorgen en na zo’n ‘bemesting’ blijft de zoete geur enkele dagen in de tuin aanwezig.

Mout

Bij de productie van bier komt er volop mout als restproduct beschikbaar. Gedroogd en vermalen is gerstemout een ideale plantenvoeding die vooral de wortelgroei stimuleert.

Brandnetels

Brandnetels groeien niet enkel goed op stikstofrijke plaatsen, gedroogde brandnetels bevatten ook veel stikstof en vormen dan ook een geschikte plantenvoeding met een snelle werking. Het zoetgeurende groene poeder kun je oppervlakkig tussen de planten inharken.

Planten nemen niet enkel via hun wortels, maar ook via hun bladeren voeding op. Zeewier, brandnetels, heermoes, bietenvinasse en melasse kunnen opgelost worden in water en als bladvoeding met een plantenspuit of vernevelaar op de planten gespoten worden om ze te voeden, te versterken en tegelijk te beschermen.
Al deze producten en nog een hele reeks andere plantaardige ‘afval’-producten kun je rechtstreeks in de grond, via de compost of via plantengier in je tuin aanwenden om zo een brede waaier aan voeding voor je moestuinplanten beschikbaar te stellen.

Groeivoeding

Tenslotte kun je de plantaardige plantenvoeding helemaal aan planten overlaten. De techniek van groenbemesting of groeivoeding zorgt dat planten tijdens en/of na hun groei in de tuin, de grond rijker en beter achterlaten. Klaver, luzerne, veldbonen en wikke zullen tijdens hun groei stikstof uit de lucht halen en via hun wortels in de grond achterlaten zodat het beschikbaar komt voor de daarop volgende gewassen. Planten als boekweit, rogge en phacelia zullen met hun bladmassa ondergewerkt in de grond vooral voor humus en structuurverbetering zorgen. Gebruik dus elk vrijgekomen stukje in je moestuin om je grond eens een ‘grondige’ bewerking te geven en met een hele reeks van zulke planten te revitaliseren voor een volgende oogst.

Besluit

Plantaardige plantenvoeding is een vrij nieuwe benadering die sterk aan belangstelling wint. Hoe dan ook evolueren we zachtjes in de richting van een meer plantaardige samenleving. Het bewustzijn van onnodig dierenleed, de immense vervuiling door onze overmaatse veestapel en het inzicht in een meer efficiënte voeding maakt plantaardige plantenvoeding een bewuste keuze. En naast alle mogelijke grote theoriën en filosofiën, is het vooral een heel eenvoudige manier om je eigen voorkeur duidelijk te maken. En dat doe je gewoon in je eigen groentetuin. Door niet langer dierlijke mest of slachtafval te gebruiken wordt je eigen moestuin nog meer een plaats om te genieten. Je kunt je eigen oogst voeden en verzorgen met aangename, zacht en zoetgeurende producten. Net als een kok in de keuken heb je een ruime keuze aan producten om je planten met een handvol brandnetels, een schep cacao, een vleugje zeewier, een snuifje look, koffiegruis of wat extra kalk optimaal tot een mooie en evenwichtige oogst te brengen. Het vraagt iets minder berekend meten en becijferen, iets meer gevoel en inzicht. Maar met zo’n aanbod aan geur, groei, planten en bloei kun je opnieuw met een gerust geweten zalig blootvoets in de moestuin rondlopen, als in een heerlijk stukje plantaardig plantenparadijs.

Stadstuinieren 2017-01 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens