Zaaien en zaden

ALLES OVER ZADEN EN ZAAIEN

Zaden zijn heel bijzonder. Ze houden de belofte van een nieuwe oogst in zich. Maar tegelijk gaat aan elk zaadje een hele voorgeschiedenis van zaaien, groeien, selecteren, oogsten, reinigen, drogen en bewaren vooraf. Reden genoeg dus om elk zaadje als kostbaar te beschouwen en zaden met het nodige respect te behandelen.

“Zaai nooit de inhoud van het hele zakje in één keer maar bewaar minstens de helft om bij mislukking nog een keer opnieuw te kunnen zaaien”


ZADEN EN GROND

Wees zuinig met zaad

Zaai nooit de inhoud van het hele zakje in één keer maar bewaar minstens de helft om bij mislukking, bijvoorbeeld door slechte weersomstandigheden (te vroeg, te koud, te droog…), nog een keer opnieuw te kunnen zaaien.

Zaai-afstand

Leg of strooi de zaden dun en heel geduldig met voldoende afstand uit elkaar zodat in de eerste fase de jonge kiemplanten al voldoende ruimte hebben om te starten. Eén zaadje op een vierkante centimeter lijkt weinig maar wanneer ze eenmaal groeien zitten ze vrij snel te dicht bij elkaar. Je kunt kiezen om op rijtjes te zaaien (handig om daarna snel het onderscheid tussen zaad en kiemen onkruid te herkennen en om tussen de zaden te kunnen wieden) of breedwerpig, verspreid op het hele oppervlak te zaaien. Doe dat enkel wanneer je op redelijk onkruidvrije grond of bijvoorbeeld met zaaigrond werkt. Grotere zaden zoals pompoenen, maïs, erwten en bonen zaai je meteen op de gewenste afstand.

Hoe diep moet je zaaien?

Stop zaden ongeveer zeven keer de dikte van de zaden  (gemeten op de smalste zijde) onder de grond. Dikke zaden zoals erwten, bonen, pompoenen komen dus enkele centimeters diep, extra fijne zaden (selderij, papaver) komen gewoon bovenop de zaaigrond en worden enkel aangedrukt. Hou rekening met de aard van je tuingrond. Heb je zware vochthoudende klei, dan mag je wat oppervlakkiger zaaien, bij droge zandgrond kun je iets dieper zaaien. Kwestie van voldoende en ook weer niet teveel vocht te vinden om vlot te kiemen.

Lichtkiemers zoals sla zaai je gewoon bovenop de grond en dek je nauwelijks af. Er is een beetje licht op de zaden nodig om te kiemen.


ZADEN EN VOCHT

Zaden willen vocht om te groeien. Geef daarom meteen na het zaaien voorzichtig water met een gieter voorzien van een fijne broes. Zo blijft het zaaioppervlak mooi gelijk voor een gelijkmatige kieming.

Binnen voorzaaien

  • Zaaibakjes geef je voorzichtig water omdat ze meestal geen drainage gaten hebben.
  • Dek het zaad af met een transparant deksel of folie om zo het vocht mooi vast te houden.
  • Meestal hoef je zo maar eenmaal te gieten tot de zaden kiemen.
  • Af en toe (dagelijks) die zaaibakjes verluchten, zorgt dat de luchtvochtigheid niet te hoog wordt.

Zaden voorweken

Bij droge periodes of op droge grond kun je zaden die rechtstreeks de grond ingaan zoals erwten, artisjok, tuinbonen, peterselie, lathyrus en wortelen vooraf aan het zaaien één nacht in (regen)water laten weken zodat de zaden opzwellen en een voorraad vocht opnemen. Bonen houden niet van vocht, dus niet voorweken.

Waterkwaliteit

Kies zoveel mogelijk voor een eigen voorraad aan vers regenwater. Maak in het voorjaar je regenton grondig schoon wanneer je regenwater wil gaan gebruiken bij het binnen voorzaaien van je zaailingen. Regenwater dat een heel winter buiten staat bevat teveel kiemen, schimmels. Voor vollegrond is dat wel prima bruikbaar.


ZADEN EN TEMPERATUUR

Warmte

Zaden hebben een bepaalde minimumtemperatuur nodig om te kiemen. En het is belangrijk om die temperatuur dag en nacht vast te houden. Overdag 20°C en ’s nachts 5°C = kiemduur x2. Zorg voor het vlot kiemen dus vooral voor een gelijkmatige temperatuur. Binnen op de vensterbank, in de buurt van de verwarming of vlak bij een warmwaterboiler is handig. Een te lage kiemtemperatuur maakt dat het kiemproces heel lang duurt en zal in combinatie met  teveel of te weinig vocht zaden doen rotten of verdrogen.

Koudekiemers en vorstkiemers

Niet alle zaden willen warmte. Koudekiemers  (sla, tuinbonen, radijs, wortelen) willen gewoon buitentemperaturen of een koele vensterbank met de temperatuur ergens tussen 5°C en 15°C.
Vorstkiemers worden voor de winter gezaaid en zullen met de eerste zachte temperaturen van het voorjaar kiemen.


Wanneer zaaien?

Respecteer het ritme van de natuur en de seizoenen en zaai niet te vroeg. Een goede boer is een geduldige boer. Laat je niet verleiden door enkele dagen extra vroeg zonnig voorjaarsweer. Let op de koele of koude nachten die daarop volgen. Wacht rustig elk seizoen af en stel het zaaien uit wanneer het nog te koud is voor de tijd van het jaar.

Gespreid zaaien

We zijn met zijn alleen helemaal gefixeerd of snel en vroeg zaaien in het koele voorjaar. Je kunt niet alleen in het voorjaar maar een hele reeks gewassen ook in de zomer en in de nazomer zaaien. In de zomer met hogere temperaturen kiemt alles heel snel, in de herfst zaai je bladgroenten en snelgroeiende wortelgewassen als voorraad voor de winter. Zo spreid je werk en oogst.

Kiemduur

  • De snelste zaden (sla, tuinkers…) kiemen na drie tot vijf dagen.
  • De traagste kiemers (wortelen, peterselie, zeekool…) vragen drie tot zes weken geduldig wachten, vochtig houden en onkruid verwijderen.

Vroeg zaaien is lang wachten

Hoe vroeger je zaait des te langer moet je wachten. Het is niet omdat je de tomaten op 1 januari zaait dat je ze ook 75 dagen vroeger kunt oogsten dan iemand die ze op 15 maart zaait. Je zult vooral zoveel langer voor het plantgoed moeten zorgen dat bij lagere temperaturen en minder licht moet opgroeien met meer kans op ziekte, problemen om dan uiteindelijk hooguit 10 dagen vroeger te kunnen oogsten.

Stadstuinieren 2018-01 – Tekst en fotografie: Peter Bauwens