De wormenbak: Zet eens een worm aan het werk

Geert Groffen

DE WORMENBAK: Zet eens een worm aan het werk!

Als je niet over een tuin beschikt maar toch graag je eigen keukenafval wilt composteren is een wormenbak iets voor jou.

Een wormenbak is een bak met compostwormen die compost maken van groente-, fruit-, tuin- en keukenafval. Een heel geschikte regenworm soort daarvoor is de Eisenia fetida (ook wel tijger- of compostworm). De gewone regenworm kan voor dit doel niet gebruikt worden. In de bak moet een goede leefomgeving voor de wormen gecreëerd worden: vochtig, donker en niet te warm of te koud.

Om het gevormde compost van de wormen te scheiden, kan de aarde worden gezeefd, maar beter is met (ten minste) twee geperforeerde bakken te werken. (Zie hieronder ‘Maak je eigen wormenbak’). Het principe is simpel: vers keukenafval trekt wormen aan uit de onderliggende bak en hierin blijft compost achter.

Een wormenbak is een goed alternatief voor een composthoop als enkel een balkon of terras beschikbaar is. De werking is echter niet zonder meer probleemloos: het proces moet bewaakt worden en zo nodig door menselijk ingrijpen bijgestuurd. Het vochtgehalte, de temperatuur, de beluchting en de pH moeten binnen bepaalde grenzen blijven, sommige soorten afval kunnen wel, andere niet worden gebruikt, en de wormen mogen niet worden overvoerd (een veel voorkomende fout).

 

Welke worm is het meest geschikt voor mijn compostbak?

De regenwormsoorten in ons land worden onderverdeeld in 3 groepen:

Diepgravers:

Deze komen het meeste voor en ze voeden zich aan het bodemoppervlak. De meest bekende worm van dit type is de zowat 25 cm lange en gespierde Lumbricus terrestris. In een compostvat zoekt hij zo snel mogelijk een weg naar buiten, terug de grond in. Dus ook in de wormenbak houdt hij het niet vol.

Bodemwoelers:

Deze variant leeft in de grondlaag ongeveer 30 cm onder het aardoppervlak. Daar verteren ze het organisch materiaal en mengen ze het met de bodem. Zo helpen ze bij de totstandkoming van de kruimelstructuur van de grond. Tot deze groep behoren verschillende eerder lichtgekleurde soorten. Ze zijn niet geschikt als compostworm.

Strooiselwormen:

Dat zijn de afval etende wormen die tussen het afgestorven plantenmateriaal leven. De Eisenia fetida, soms ook tijgerworm genoemd, is zo’n super verteerder. Hij is de ideale compostworm. Je komt hem tegen in mesthopen, compostbakken. Een volwassen compostworm is ongeveer 8 cm lang. Dat is dus heel wat kleiner dan de regenworm. Hij is rood van kleur en heeft soms oranje banden. Vandaar dat hij ook tijgerworm wordt genoemd. Hij is in staat dagelijks zijn eigen gewicht aan afval te verwerken.

Superwormen bestaan niet!

De Californische brandlings, tigerworms enz.? Allemaal gewoon (nou ja, gewoon) Eisenia fetida!
De worm die je in de visserswinkel koopt, is de Dendrobaena veneta, ook een strooiselworm. Hij is groter dan de Eisenia maar vermenigvuldigt minder snel en eet ook minder. Dus voor de wormenbak is hij niet zo geschikt.

De beste wormen haal je uit het compostvat van je tante of bij de composthoop van je buurman.

Waar kan ik de wormenbak zetten?

De wormenbak mag zowel binnen als buiten staan. Dikwijls is de keuken de beste plaats. Maar ook op het balkon of in de garage is mogelijk. Zorg er wel voor dat de wormenbak altijd vorstvrij blijft in de winter.

Kan de wormenbak overbevolkt raken?

Er zullen nooit te veel wormen in de bak zitten. De wormen hebben de neiging om een evenwicht te behouden tussen de hoeveelheid voedsel, de beschikbare ruimte en het eigen aantal.

Wat doe ik als de wormenbak gaat stinken?

Als alles goed is uitgevoerd zal de wormenbak niet gaan stinken. Gooi beter geen vis- of vleesresten in de wormenbak. Af en toe wat verkalkt zeewier toevoegen verzekert dat het proces ‘zoet’ blijft. (Als uw bak erg stinkt, is er te weinig zuurstof. Kijk of de gaatjes in de bodem niet verstopt zijn en stop even met voeden.

Moeten de wormen mee op vakantie?

Nee hoor, een goed werkende wormenbak kan prima 4 weken zonder vers voedsel. Vergeet niet voor vertrek het vocht af te tappen en een beetje versnipperd krantenpapier toe te voegen.

Hoe lang duurt het composteringsproces?

Een wormenbak is snel en efficiënt. Na zo’n acht weken kun je al vloeibare compost aftappen. Als je voedsel blijft toevoegen, duurt het acht à tien maanden tot de wormenbak bijna vol zit met rijke, organische compost.

Hoelang kan ik de vloeibare en gewone compost bewaren?

Je kunt de vloeibare compost aftappen en opvangen in een fles. Die kun je zelfs verschillende maanden bewaren op een donkere, koele plaats. Ook de compost kan bewaard worden in zakken.

 

Wat mag er in de wormenbak?

Wel:

• Groenteresten en fruitresten: niet gekookt of op een andere manier bereid en best in stukken van een ongeveer vijf centimeter gesneden. Maak er zeker geen moes van!
• Thee en koffiedik inclusief de filters.
• Geplette eierschalen: gedroogd bestaat er geen risico dat ze vliegen zouden aantrekken.
• Verwelkte bloemen, de stengels in stukken geknipt.

Niet:

• Vlees- en visresten.
• Bereide etensresten: gekookt, gebakken, gefrituurd
• Brood en gebak.
• Mest van honden en katten.
• Vettig materiaal zoals olie en saus.
• Counterproductive, deegwaren.

Maak je eigen wormenbak

Wat heb je nodig?

– 3 plastic bakken die in elkaar kunnen schuiven; kies geen lichtgekleurde of doorzichtige bakken want wormen zijn lichtschuw;
– een bijbehorende deksel;
– handvol compostwormen + compost;
– boormachine met een boor van 6 mm.

Aan de slag

In twee van de drie bakken moeten gaatjes geboord worden. Dit worden de compostbakken. Het boren gaat het gemakkelijkst als je eerst een soort van raster aftekent op de achterkant van de bodem. De beste afstand tussen de lijnen is ongeveer 2 cm. De diameter van de gaatjes moet 6 mm zijn. Zo hebben de compostwormen een goede doorgang van de ene bak naar de andere.
Ook in het deksel moeten gaten komen. Een afstand van 5 cm tussen de luchtgaatjes is voldoende. Ga voorzichtig te werk om te voorkomen dat het deksel barst.

De opbouw van de wormenbak

De onderste bak (die zonder gaatjes) doet dienst als opvangreservoir voor het percolaat (zie kader). Dit wordt de vergaarbak.
Plaats de eerste, geperforeerde bak in deze vergaarbak. Deze bak vul je met een handvol, half verteerde compost met daarin de compostwormen. Eventueel kun je eerst nog een laag houterig materiaal op de bodem van de bak leggen zoals fijne twijgjes of houtsnippers. Boven op de compost met daarin de wormen kun je al een klein laagje groente- en fruitresten leggen.
Het deksel kan er op en de wormenbak is klaar.

Na enkele weken of maanden zal de onderste geperforeerd compostbak vol zijn. Nu kan de tweede geperforeerde bak er op worden gezet. Hij zal verder naar beneden schuiven naarmate het materiaal daarin verteert en zakt.
Iedere bak rust dus op het materiaal in de onderliggende bak. Het gewicht van de bakken en de druk die ze op het materiaal uitoefenen, is verwaarloosbaar.
Wormen vallen niet zomaar uit de compost! Ze kruipen er alleen maar uit als ze daar een goede reden toe hebben!.

Onderhoud van de wormenbak

Hou goed in de gaten of de wormen de hoeveelheden voedsel kunnen verwerken. Geef zeker in het begin liever te weinig dan te veel.
Opgelet! De onderste bak met verteerde compost mag je niet te snel verwijderen. De wormen verhuizen immers nog een hele tijd tussen de verschillende niveaus. Wacht zeker tot de tweede bak vol is en tot er reeds duidelijk verteerd materiaal aanwezig is. Als bijna alle wormen naar de hogere bak zijn verhuisd, plaats dan de bak helemaal boven aan de stapel met het deksel er op. De bak kan dan wat droger worden en hierna kun je de compost gemakkelijk oogsten. Voeg regelmatig wat kleine takjes of droge bladeren toe. Dit helpt om zuurstof in het materiaal te houden en geeft een betere compost.
Giet regelmatig uit de onderste bak het percolaat* weg.

*Percolaat is een zo goed als reukloze vloeistof die tijdens het composteringsproces ontstaat. Het is rijk aan voedingstoffen en prima plantenvoedsel. De aangewezen verdunning is één deel percolaat op tien delen water.

Wormenweetjes

De belangrijkste organen bevinden zich in het voorste deel van de worm. Dus wanneer je een worm in tweeën snijdt groeit die niet uit tot twee nieuwe wormen zoals het in de volksmond heet. Het stuk met de kop vormt wel een nieuwe worm maar het stuk met de staart gaat verloren.

Regenwormen behoren tot de groep van de ringwormen. Hun lichaam bestaat uit tientallen segmenten en ringen. Elke ring is bezet met vier paar haren. Daarmee klemmen ze zich vast in de grond terwijl zij de rest van hun lichaam vooruit trekken.

De worm heeft een bloedsomloop met niet minder dan 10 harten!

Wormen zijn tweeslachtige dieren. Ze hebben, vooraan in het lichaam, zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. Een worm kan zichzelf echter niet bevruchten, daarvoor moeten ze toch gezellig met zijn tweeën zijn.

De worm heeft geen longen of kieuwen. Hij ademt door zijn huid. Een worm die uitdroogt, verstikt en sterft. Daarom kruipt de worm weg voor licht.

De worm heeft geen ogen maar kan wel licht en trillingen waarnemen. Vooraan in de kop heeft hij een paar (minieme) hersenen.

 

 

Stadstuinieren 2013-03 – Illustraties: The Cartoon Factory