Vaste groenten in de moestuin

“Wie eenmaal de smaak van vaste groenten te pakken heeft, wil graag meer”

Wil je zonder veel werk vroeg in het voorjaar kunnen oogsten, zet dan een aantal vaste planten in de moestuin. De keuze aan vaste, eetbare planten is veel groter dan je verwacht. Maar pas op: vaste moestuinplanten zijn vaak behoorlijk eigenzinnig.

vaste groenten1De aanplanting van een hedendaagse siertuin wordt gedomineerd door vaste planten. Ze vormen een stevige ‘vaste’ basis die aangevuld wordt met bomen en struiken die in de zomermaanden een beetje opgefleurd wordt met bloeiende eenjarigen. In de moestuin zijn het de eenjarige planten die de hoofdtoon zetten. Kwestie van jaarlijks in de winter alles opruimen, eventueel omspitten en je kunt in het voorjaar met een schone lei opnieuw beginnen. Maar ook in de moestuin kun je volop met vaste, meerjarige planten aan de slag. Net als in de siertuin kunnen ze een vaste waarde vormen en elk jaar opnieuw zonder het werk van zaaien snel een opvallende oogst geven. Asperges, rabarber, zeekool en artisjok zijn enkele bekende voorbeelden van vaste groenten.

Vroege oogst
Vaste groenten vragen uiteraard een eigen meerjarige plaats in de tuin en passen dus niet in een systeem van roulatie of vruchtwisseling. Het zijn vaak grote en opvallende planten die vroeg in het voorjaar al dominant in de tuin aanwezig zijn. Ze verdienen dus ook een opvallende centrale plaats, liever dan een hoekje achterin. Het voornaamste idee van vaste moestuinplanten is het feit dat ze vaak heel vroeg in het voorjaar al gebruikt kunnen worden. Terwijl de eerste erwten nog maar net boven de grond staan en de tuinbonen amper 10 cm hoog zijn, zijn vaste groenten dankzij hun stevig meerjarig wortelgestel vaak al flink vooruit in het seizoen. Nu lijkt het een beetje overbodig, maar in een niet zo ver verleden – toen de diepvries nog niet vanzelfsprekend was – waren die vroege knoppen, bladeren en scheuten in maart en april meer dan welkom. Ze pasten perfect in het idee van ‘The Hungry Gap’: de jaarlijks terugkerende periode in het voorjaar wanneer de wintervoorraad opgegeten was en de eerste nieuwe groenten nog op zich lieten wachten. Voor wie nu opnieuw het jaar rond uit de tuin wil eten, vullen die vaste groenten die schrale periode mooi op.

Vaste groenten kun je zelfs nog vroeger oogsten door ze ter plaatse in de tuin te bleken of te forceren. Zet gewoon een échte bleekpot of een omgekeerde zwarte plastic emmer in februari bovenop de planten, nog voor ze aan hun groei beginnen. Na drie tot vier weken, warm, beschut en donker, oogst je een fijne selectie aan gebleekte voorjaarsscheuten. En kijk hoe gevarieerd zo’n pril voorjaarsaanbod kan zijn, boordevol tinten en kleuren en vol verrassende nieuwe smaken bij het begin van de lente.

vaste groenten 2Brave Hendrik
De keuze aan planten is veel uitgebreider dan wat de meeste mensen verwachten. Uiteraard heeft niet elke groente een ‘vaste’ variant, maar als aanvulling of als basis voor een border gevuld met vaste groenten is er ruime keuze. Brave Hendrik (Chenopodium bonus henricus) is een stevige sterke vaste plant die als een van de eerste in het voorjaar aan zijn groeit begint. De diepgroene gepunte bladeren doen meteen aan spinazie denken en Chenopodium betekent ook ganzevoet, wat naar de vorm van het blad verwijst. Het jonge blad wordt in het voorjaar rauw gebruikt en heeft een zachte, maar toch wel opvallende smaak. Voor wie daar problemen mee heeft, is koken en verwerken net als spinazie de oplossing. Je kunt de bladeren heel de zomer door blijven oogsten. Midden in de zomer vormen zich bloeistengels gevolgd door jonge knoppen en een onopvallende bloei. Die bloeistengels en nog gesloten bloemknoppen kun je snijden en gebruiken als groene asperges.

Zaaien met geduld
Voor een gemiddeld gezin zijn drie tot vier planten ruim voldoende. Je kunt de planten gewoon uit zaad opkweken. Het zaad vraagt geen extra warmte om te kiemen, maar wel volop geduld. Zaai ter plaatse in de tuin of buiten in een zaaibakje en wacht geduldig vier tot zes weken om de jonge planten te voorschijn te zien komen. In één seizoen groeien ze uit tot volwaardige planten die op 30 centimeter uit elkaar in de tuin uitgeplant kunnen worden. Zon of halfschaduw maakt niet veel uit. Zet ze op een plaats die in het voorjaar volop licht krijgt en die het in de zomer met minder moet doen. Onder bladverliezende (fruit)bomen bijvoorbeeld. Brave Hendrik laat zich vanaf het tweede jaar heel mooi bleken. Met een bleekpot in februari kun je vaak in maart al oogsten. Je zult verrast worden wanneer die ‘saaie’ groene plant in zijn gebleekte versie plots geel en fluo-roze tevoorschijn komt. Ideaal voor een opvallende voorjaarssalade!

vaste groenten 3In de schaduw: Roomse kervel
Er zijn niet veel groenten die tevreden zijn met een plek in de schaduw. De meest succesvolle groenten voor minder licht zijn zuring en roomse kervel. Roomse kervel (Myrrhis odorata) is net als Brave Hendrik een sterke en forse plant. Een voorjaarszaailing groeit in één seizoen tot een stevige vaste plant die jarenlang trouw in de tuin blijft groeien en bloeien. Ook Roomse kervel start heel vroeg in het voorjaar en vormt vanuit zijn basis grote lichtgroene varenachtige bladeren. De jonge bladeren hebben een zachte structuur en hebben een opvallende sterke anijsgeur en -smaak. Ook bij de Roomse kervel kun je knippen en oogsten zoveel je wil en heel het seizoen door. Het lijkt wel of de planten daardoor gewoon nog sterker worden. De planten bloeien met witte schermen. Knip je die na de bloei terug dan beschik je weer over nieuw fris blad. Laat je de bloemen staan dan vormen zich de typische langwerpige, eerst zachte groene en daarna harde zwarte zaden. Allebei de vormen zijn eetbaar en opnieuw boordevol anijs.

Roomwitte bladknoppen
Wil je uit zaad vertrekken dan zul je net als bij Brave Hendrik vooral geduld moeten hebben. Zaai in elk geval rechtstreeks ter plaatse in de tuin, want roomse kevel heeft een hekel aan verplanten. Zaai ergens in het voorjaar en wacht geduldig 4 tot 6 weken op de eerste tere zaailingen. Maar geniet vooral van hun enthousiaste groeikracht waarmee ze het nieuwe seizoen tegemoet gaan. Wil je zelf zaad oogsten om te zaaien voor het volgend jaar, laat dan je zaden gewoon buiten in de (vries)kou liggen, want dat hebben ze nodig om volgend jaar te kunnen kiemen. Vanaf februari (afhankelijk van de winter) kun je de volwassen planten bleken. Een omgekeerde emmer is prima en (opnieuw afhankelijk van het voorjaar) vier tot zes weken later oogst je de roomwitte bladknoppen in een ongewone structuur. Roomse kervel is perfect voor aromatische voorjaarssoep, gewoon gemengd in een salade of gecombineerd met aardappels. Liefhebbers van drop knabbelen graag op de jonge scheuten en de groene zaden.

Eeuwig leven
Vaste groenten zijn vaak behoorlijk eigenzinnig en volgen wel eens andere regels dan de klassieke moestuinplanten. Neem nu Eeuwig Moes. De naam zegt al voldoende en geeft aan dat de plant een eeuwig leven tegemoet gaat. Eeuwig Moes is een bladkool. Een enkele plant groeit op één seizoen uit tot soms een vierkante meter breed, uiteraard afhankelijk van de toestand van je tuingrond. De planten vormen gelobde bladeren die een beetje aan het blad van bloemkool doen denken. Bloei of zaden komen er niet aan te pas. Meer nog, het is juist door de afwezigheid, of beter de jarenlange selectie van planten zonder bloei, dat de plant een meerjarig karakter heeft gekregen.

Succes verzekerd
Geen bloei maakt dat de planten dus ook geen zaad vormen. De beste manier om de meerjarige en niet-bloeiende eigenschap door te geven is door de planten niet te zaaien maar te stekken. Dat stekken kan zowat het hele jaar rond, maar september (de nieuwe planten gaan beworteld de winter in) of maart (voor de warmte van de zomer gaan ze aan de groei) vormen de beste periode. Je gebruikt als stek gewoon een flink stuk stengel met top waarvan je de onderste bladeren weg haalt. Stop drievierde diep in de grond en wacht geduldig af. Honderd procent succes verzekerd!

Het blad kun je het hele jaar door oogsten. In strenge winters kunnen de planten wel eens helemaal kaal worden, maar vanaf het voorjaar herneemt de groei op de overgebleven stengels. En eeuwig? In onze ervaring kun je best na een jaar of vijf de planten vernieuwen, zodat ze een nieuwe plek en verse grond beschikbaar hebben. De bladeren smaken net als boerenkool, maar een beetje nootachtig met een vleugje bitter erin.

Zorgeloos genieten
Wie eenmaal de smaak van vaste groenten te pakken heeft, wil graag meer. En dat kan: zeekool, asperges, artisjok, rabarber, Turkse raket (Bunias orientalis), aardperen, kruidvenkel, Welsh Onion, kardoen, zeevenkel, strandbiet, zuring en schorseneer kun je gebruiken als meerjarige planten. Genoeg variatie voor een complete vaste groentetuin. Zet ze bij en door elkaar, let op kleur, bladvorm, bloei en groeiwijze en maak er zo een uniek stukje eetbare tuin van om jarenlang en zorgeloos van te genieten, van het vroege voorjaar tot diep in de winter.

Stadstuinieren 2015-01 Tekst en fotografie: Peter Bauwens