Kappertjes van Oost-Indische kers

De zaden die de Oost-Indische kers aanmaakt kan je gebruiken om kappertjes van te maken. Lekker pittig en zuur. Deze plant is echt een topper. Hij ziet er super leuk uit en het is een echte bodembedekker. Dat is niet het enige leuke, je kan namelijk alles van deze plant eten. De bladeren kan je door de salade doen, ze smaken wat naar rucola maar toch ook weer niet. Het heeft echt een eigen smaak waar je ook wel van moet houden. Spontaan een rauw blad in je mond stoppen als je door de tuin loopt is dan ook helemaal geen straf. De bloemen kan je ook eten. Je hebt verschillende rassen van de Oost-Indische kers, je kan namelijk kiezen wat voor kleur bloemen jij het mooiste vindt. Ik kon niet kiezen dus ik heb 2 soorten in de tuin staan. De gele, oranje en de rode bloem. Wat zo leuk is, ze geven zoveel kleur aan de tuin en ze kruipen de hele tuin door. De zaden die de plant aanmaakt als hij al een stuk groter is kan je inmaken tot kappertjes, dit heb ik dan ook gedaan. Super makkelijk.

Wat heb je nodig?

geplukte zaden
schone potjes waar de kappertjes in kunnen
steranijs
dille
venkelzaad
(variatie op de kruiden hierboven: takje tijm / laurierblad / kruidnagel / jeneverbessen)
witte wijn azijn
keuken zout

Zo maak je het

Doe de zaden in een kommetje en giet hier een berg keukenzout overheen. Zorg dat het zout overal op de zaden zit. Laat dit een nacht goed intrekken. Je merkt dat er dan heel veel vocht uit de zaden komt. Niet gek ook want zout onttrekt vocht natuurlijk. Spoel de zaden goed af onder koud water en doe deze in een schoon potje. Doe de steranijs, dille en venkelzaad in het potje en giet de witte wijn azijn eroverheen tot dat de zaden onder staan. Laat het potje een maand staan en voila je kappertjes zijn geboren.